Boeddhistische toevlucht - Karola Schneider

Iedereen is op zoek naar geluk, maar de meeste mensen zoeken geluk in de buitenwereld, buiten zichzelf, zoals in roem, hun carrière, een relatie en zo meer. Het valt niet te ontkennen dat we plezier ontlenen aan dit soort dingen. Toch brengen deze dingen ons geen blijvend geluk. Omdat, net als al het voorwaardelijke, vallen ook deze zaken ooit uiteen. 

Het volgende artikel is een samenvatting van een lezing door Karola Schneider. Ze gaf deze lezing tijdens een cursus van Lama Ole Nydahl in 1995 in San Francisco met meer dan 400 deelnemers uit de Verenigde Staten en Europa. 

Karola Schneider is sinds 1979 leerling van Lama Ole Nydahl. Ze werd op de cursus gevraagd gevraagd om uitleg te geven over de betekenis van boeddhistische toevlucht. 

Toevlucht nemen is iets wat ieder mens, ieder wezen, doet. Het is onze zoektocht naar geluk, geborgenheid, naar iets waar we op kunnen vertrouwen. Voor boeddhisten is toevlucht nemen iets wat je voortdurend doet. Het is veel meer dan een ceremonie waar je maar één keer in je leven aan deelneemt. Het is namelijk als een draad die in ons leven is geweven. Toevlucht nemen is de poort naar de boeddhistische beoefening. Er zijn vier niveaus van toevlucht, namelijk het uiterlijke, innerlijke, geheime en absolute niveau. Deze niveaus stemmen overeen met ons steeds dieper wordende begrip.

In alle boeddhistische tradities wordt toevlucht genomen op het uiterlijke niveau. Het is de toevlucht in Boeddha, de Verlichte toestand van de geest; in de Dharma, Boeddha's leer; en in de Sangha, de boeddhistische beoefenaars. Dit zijn de Drie Juwelen. Toevlucht nemen is namelijk als het vinden van een wensvervullend juweel, want onze wens voor geluk wordt vervuld. 

Met toevlucht in de Boeddha wordt in dit geval bedoeld dat we zijn levensverhaal begrijpen. Het levensverhaal van de Boeddha is een grote bron van inspiratie voor ons eigen pad. Waardoor was de jonge prins Gautama zo vastbesloten om zijn koninklijke leven op te geven? Hij deed dit omdat hij inzag dat al het voorwaardelijke ooit uiteen zou vallen: hij begreep vergankelijkheid. Met dit begrip zocht hij steeds naar iets dat niet afhankelijk is van condities. Dit onvoorwaardelijke iets heeft hij later uitgelegd als de ware essentie van onze geest. Het Tibetaanse woord voor biografie is nam thar: letterlijk betekent dit ‘volledige bevrijding’. Door de levensverhalen van verlichte meesters te bestuderen krijgen we inzicht in de stappen op het boeddhistische pad. 

Vóór zijn verlichting was Boeddha een normaal iemand, zoals jij en ik. Net als hem zouden we ons af moeten vragen wat we uit het leven willen halen, welke doelen we hebben en waar we op willen bouwen. Anders zijn we niet doelgericht in onze activiteiten. De beste houding die we kunnen hebben in onze beoefening is de wens om alle wezens te bevrijden van lijden en om hen het grootste geluk te brengen, namelijk de ervaring van de ware essentie van de geest.

Het tweede juweel waarin we toevlucht nemen is de Dharma. Dit juweel houdt in dat we anderen geen schade toebrengen en dat we de methoden gebruiken die door Boeddha zijn gegeven. Hij gaf verschillende methoden voor verschillende leerlingen. Daarom is er een grote verscheidenheid aan middelen om onze geest kundig te temmen. We kunnen dit brede scala aan methoden zien als een grote apotheek. We hoeven niet alle methoden te gebruiken, maar gebruiken alleen die methode die onze kwaal verhelpt.

Het derde juweel is de Sangha. Sangha wordt soms omschreven als de beoefenaars die al verschillende niveaus van bevrijding hebben bereikt. Maar ook de vrienden die we ontmoeten en met wie we samenwerken in onze centra zijn erg belangrijk op ons pad. Hoe kunnen we ontwikkelen zonder vrienden op de weg, zonder centrum om naartoe te gaan? Bijeenkomen en samen Dharma beoefenen is heel waardevol. We kunnen samenwerken en van elkaar leren. Op deze manier kunnen we onze kwaliteiten ontwikkelen en iets leren over ons gedrag. De mensen in de Sangha zijn als een spiegel die onze verstoorde percepties reflecteert. Dit maakt het makkelijker om onze verstoringen te overwinnen. 

Het innerlijke niveau van de toevlucht behoort tot de Diamantweg, de beoefening van Vajrayana. Het is toevlucht in de drie grondslagen, de zogenaamde ‘wortels’ (Tib: rtsa; Eng: root). Dit zijn de Lama, de Yidams (boeddha-aspecten) en de Beschermers. De Lama is de grondslag van de 'zegen', de Yidams zijn de grondslag van kwaliteiten; de Beschermers zijn de grondslag van activiteit. 

Wat betekent 'zegen'? Het is het vermogen van de leraar om ons momenten van inzicht te geven - momenten waarin we door alle sluiers kunnen kijken die onze geest bedekken, momenten waarin we zien wat niet te zien is. Dit kan alleen omdat we allemaal beschikken over de boeddhanatuur. De leraar laat ons niks nieuws zien. Ook presenteert hij geen inzicht aan ons. Het is juist door het samenkomen van onze eigen openheid en de zegen van de leraar dat we de ware natuur van onze geest kunnen herkennen. De leraar opent de deur, en wij kunnen ons verwonderen. In feite maakt een leraar veel beloftes wanneer hij toevlucht schenkt. Hij belooft om ons te begeleiden op het pad en om al zijn vermogens te gebruiken om ons te bevrijden van lijden. Voor ons is toevlucht nemen in het begin vooral een geschenk. De keuze is aan ons of we dit geschenk aannemen of niet. Boeddha Shakyamuni zei:

“Ik heb jullie de methoden getoond die naar bevrijding leiden. Maar jullie moeten weten dat bevrijding van jullie zelf afhangt.” 

Uit: “Journey to Enlightenment”- The Life and World of Khyentse Rinpoche, Spiritual Teacher from Tibet”

De vermogens van de leraar worden uitgedrukt in de yidams. Yi betekent 'geest' en dam betekent band of verbintenis. Deze boeddha-aspecten zijn een middel voor ons om verbinding te krijgen met de ware essentie van onze geest. 

Bij lezingen van mijn leraren vraag ik me vaak af hoe ik bepaalde vragen zou beantwoorden. In de meeste gevallen zou mijn eigen antwoord anders zijn. Hierin zie je de verschillen tussen meester en leerling. Op zekere niveaus van bevrijding heb je niet alleen medegevoel, maar ook zekere mate van inzicht. Dit houdt in dat het antwoord dat wordt gegeven aansluit op de behoeften van de leerling. De leraar kan zichzelf tonen als vol medegevoel, vol vreugde, vredig en soms als toornig. Deze kwaliteiten worden in de verschillende boeddha-aspecten, de yidams, uitgedrukt. De beschermers zien er flink toornig uit. Ze staan symbool voor verlichte activiteit. Met hun zegen wordt elke ervaring een stap op ons pad. Ze worden omgeven door vlammen en hebben allerlei wapens in de hand. Dit staat voor het doorklieven van negatieve emoties. Ze drinken bloed uit de schedelkommen die ze vasthouden. Dit is het bloed van ego. Wanneer we toevlucht nemen in de yidams en de beschermers moeten we ze niet zien als iets dat van ons gescheiden is, maar proberen om ze te zien als uiting van de geest van de lama. De geest van de lama is niet anders dan onze eigen geest. De beschermers geven uitdrukking aan de eigenschappen van de geest als leeg en open maar levendig tegelijk.

Hiermee komen we aan bij de geheime betekenis van toevlucht. Hierbij zien we in dat de lama de essentie is van de toevlucht. Zijn geest is Boeddha, zijn spraak is Dharma, en zijn lichaam is Sangha. Om deze reden is Guru Yoga, meditatie op de leraar, zo belangrijk in Diamantweg Boeddhisme. In vele geschriften wordt het belang van deze beoefening benadrukt. In de beoefening van Guru Yoga vragen we de lama om ons te machtigen of te zegenen en daarna zijn geest te versmelten met de onze. De beroemde Jamgön Kongtrul Lodrö Thaye, meester uit de 19e eeuw, zei: “Als de zegen van de leraar samenkomt met de openheid van de student, dan zul je je geest ontmoeten als een oude vriend” (uit: Cloudless Sky). In deze context wordt er onderwezen om de lama te zien als de Boeddha. Het is makkelijk om te beweren in staat te zijn onze leraar te zien als de Boeddha. Maar om het werkelijk te doen is behoorlijk moeilijk. Het vermogen om onze leraar als de Boeddha te zien hangt eigenlijk samen met de mate van onze innerlijke ontwikkeling. Het is voor een beginner veel belangrijker om de leraar eerst te checken op zijn kwaliteiten. Het is voor ons niet makkelijk om te beoordelen of hij verlicht is of niet. Maar we kunnen wel zijn compassie observeren, kijken hoe consistent hij zich inzet voor het welzijn van anderen. Ook kunnen we kijken of dat wat hij onderwijst voor ons betekenisvol is. Als we tevreden zijn, kunnen we hem vragen om toevlucht. Dat is het begin van onze eigen ontwikkeling. Door toevlucht te nemen, verbinden we onszelf met alle Boeddha's. We beginnen de versluieringen van de geest te verwijderen, de sluiers die de ware aard van de geest verbergen. Langzaam maar zeker begrijpen we dat de eigenlijke lama onze geest is. Bij de toevluchtsceremonie wordt er een klein plukje haar afgeknipt. Dit toont onze wens om in het voetspoor van Boeddha Shakyamuni te treden. 

Als we inzien dat we niet gescheiden zijn van de Boeddha, van onze leraar, is dit de absolute betekenis van toevlucht. Door met logica te onderzoeken, is in te zien dat er in werkelijkheid helemaal niets echt bestaat, zelfs niet onze geest. Maar met onderzoeken alleen kunnen we geen realisatie bereiken. Wat we nodig hebben is een direct en helder inzicht in onze geest. Anders zou het zijn alsof we de smaak van een banaan beschrijven zonder dat we die ooit hebben gegeten. De absolute toevlucht is onze eigen geest. Het is het enige waarop we kunnen vertrouwen. De geest wordt beschreven als 'leeg' en open, en toch levendig.

“Zonder binnenkant, zonder buitenkant,  

Besef uit zichzelf ontstaan, zo weids als de ruimte,

Zonder grootte, zonder richting, zonder grenzen - 

Deze uiterst volledige openheid: 

Ruimte onscheidbaar van het gewaar zijn. 

In die ongeboren, wijdopen uitgestrektheid aan ruimte

Ontstaan verschijnselen - als regenbogen, uiterst transparant: 

Zuivere en onzuivere werelden, Boeddha en voelende wezens

Worden fonkelend en afzonderlijk gezien. 

... Te verblijven, dag en nacht, in deze staat - 

Je moeiteloos begeven in deze staat - dat is vreugde. 

Emaho!

Shabkar, “Journey to Enlightenment” . 

In het boeddhisme hebben we efficiënte methoden en er is geen twijfel over het bereiken van verlichting indien we de methoden beoefenen.

Normaal gesproken neemt iedereen toevlucht in iets. Sommigen nemen toevlucht in een Mercedes, anderen in hun familie, het hebben van een hoge bankrekening, hun jeugdigheid, hun intelligentie, enzovoorts. Maar als we op zoek zijn naar iets blijvends, iets dat vrij is van komen en gaan, dan kunnen we enkel vertrouwen op onze boeddhanatuur. Al het andere in de wereld is vergankelijk en zal verdwijnen. Je kunt jezelf afvragen waarom er zoveel niveaus zijn van toevlucht. Waarom wordt bijvoorbeeld niet enkel het absolute niveau uitgelegd? Dit is omdat we zonder een stevige basis de absolute waarheid niet kunnen bevatten. Daarom doorlopen we in het boeddhisme een stapsgewijze training. In de praktijk is de eerste stap de beoefening van de toevluchtsmeditatie, waarin de toevluchtsmantra 11.000 keer wordt gereciteerd. Door deze mantra dagelijks te reciteren, stroomt de betekenis van het hoofd naar het hart. Daarna kunnen we de Vier Basisoefeningen doen. Hierbij ontwikkelen we eerst mentaal de wens om alle voelende wezens te bevrijden van lijden en zuiveren ons dan van fysieke, verbale en mentale negativiteit. Nadat we sterke positieve indrukken hebben opgebouwd in onszelf mediteren we tenslotte op de lama. 

Ik hoop dat deze informatie jullie inspireert voor meer beoefening. Beginners kunnen meteen aan de slag met de korte toevluchtsmeditatie. Deze is beschikbaar in onze centra.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het Engels in: Buddhism Today, Volume 4, 1998.

 

Volg ons op facebook

Lama Ole Nydahl: The Source Of Happiness